Nog een tweede voorbeeld om de stijl van Arie te illustreren. Het betreft zijn partij met zwart tegen Rik Weidema, in de bondswedstrijd tegen BSG3.
Eerst even de introductie van Arie zelf:
De maandag ervoor hadden we tegen BSG voor de beker gespeeld en donderdag kwam BSG3 naar ons toe. Maandag had Marco Dieleman met zwart tegen dezelfde tegenstander een mooie overwinning geboekt na de zetten 1.f4,e5 2.e4,Lc5. Toen mijn tegenstander ook tegen mij met 1.f4 opende ging ik er vanuit dat hij er na 1...,e5 weer een koningsgambiet van zou maken, waarna ik één van mijn favoriete varianten zou kunnen spelen!
Na de beginzetten 1.f4,e5 2.e4 speelde Arie echter 2...,Pc6, waarna volgde 3.Pf3,f5 en de stelling hiernaast is bereikt.
Arie's commentaar:
Dat was mijn idee, een hyperscherpe en enigszins speculatieve variant. Als wit het helemaal correct speelt kan hij er voordeel uit halen, maar ook dan blijft het nog redelijk speelbaar voor zwart. de meeste witspelers kennen deze variant echter niet en gaan al snel in de fout. Na de door wit gespeelde volgende zet krijgt zwart al snel kansrijk spel omdat wit een achterstand in ontwikkeling oploopt.

Enkele zetten later is na wit's 9.d3 de volgende stelling ontstaan. Zwart besluit nu tot het pionoffer 9...,d6! Het blijkt nu dat het paard op e5 helemaal niet zo goed staat en wit heeft bovendien een ontwikkelingsachterstand.
De zwarte lopers daarentegen zijn zeer sterk. de partij is in feite al beslist!
Hoe dat ging? Speel de partij maar na!
Dat Arie niet voor niets de bijnaam 'Mister Schwindel' heeft, wordt aardig gedemonstreerd door het volgend fragment.
Het is het slot van zijn partij tegen Walter Tonoli, gespeeld op 18 november 2000 in de competitie om het Belgisch clubkampioenschap.
Arie (zwart) heeft als laatste zet 26...,Dc7-e7 gespeeld. Wit heeft groot (en misschien wel winnend?) voordeel en kan het beste met 27.Te3 voortzetten.
In plaats daarvan speelt hij 27.e5.
Arie ruikt nu zijn kans en speelt 27...,Txf4. Een nogal speculatief offer, gebaseerd op de overweging dat veel spelers niet goed raad weten met een plotselinge verandering van het spelbeeld en dan binnen een paar zetten de fout in gaan!
Er volgde: 28.gxf4,Pxf4 29.Kh1 (beter Kg1 of Kf1),Pxd3 30.Txd3,Dh4 31.Dh2 en daar heb je het al! Na 31.Kg1 of 31.Kg2 heeft wit nog vechtkansen, nu is het na 31...,De4 helemaal uit!