Partijen

Op deze pagina worden partijen (of gedeelten ervan) gepubliceerd van Ons Genoegen spelers, die een bepaalde historische waarde hebben. Partijen met een verhaal om zo te zeggen. De bijbehorende verhalen worden dan uiteraard ook gepubliceerd!

De eerste aflevering ging over ons in 1982 overleden lid H. Vermeulen .
De tweede aflevering liet enkele partijen van OG-spelers zien in simultaanseances .
In de derde aflevering ging Arie van der Burch ten aanval in België.
Aflevering vier gaat over Joost Marcus , de clubkampioen 2006/07.

Alle vier afleveringen zijn nog aan te klikken.


Aflevering 5. Arie van de Burch clubkampioen 2007/08.




Na een jaar onderbreking is het Arie van der Burch opnieuw gelukt het clubkampioenschap van Ons Genoegen te behalen. Arie's grote kracht ligt vooral in zijn grote tactische vaardigheid gecombineerd met een goed ontwikkeld positiegevoel.

In de hiervolgende twee partijen laat hij zien dat het niet altijd nodig is de objectief beste zetten te spelen, maar dat vaak een meer opportunistische aanpak ook tot succes kan leiden.







 Eerst zijn partij tegen Hans Wisman, uit de bondswedstrijd Ons Genoegen - Hoogland.
Na 16...,h6 is de stelling hiernaast ontstaan.
Arie zelf geeft als commentaar:
Hier keek ik eens naar de stelling. Het zag er niet goed uit voor mij en mijn tegenstander heeft positioneel uitstekend gespeeld. Mijn overwegingen waren daarom: misschien kan hij minder goed omgaan met een chaotische, onduidelijke stelling. Iets dat mij zelf wel ligt. Bovendien weten veel spelers niet goed raad met een plotselinge verandering van de aard van de positie en blijven ze zetten spelen die in een vorig spelpatroon passen. Tijd voor een speculatief offer dus!




Na de zetten 17.Pxf7?!,Txf7 18.Lxf7,Kxf7 19.Lf4 is de stelling hiernaast onstaan en besluit zwart met 19...,Pxe4 het gewonnen materiaal terug te geven en denkt hij een volkomen gelijke stand te krijgen. Blijkbaar was hij hier tevreden met remise.
Hij had echter beter 19...,d5 kunnen spelen, want na de partijvoortzetting staat de zwarte koning ietwat onbeschermd en is de coördinatie van de zwarte stukken niet optimaal.




Na de afwikkeling 19...,Pxe4 20.Txe4,Lxe4 21.Dxe4,d5 22.Df3, Kg8 is de volgende stelling ontstaan waarin wit graag zijn toren wil activeren met Te1, gevolgd door Te6, om aanval te krijgen tegen de zwarte koning. Maar op direct 23.Te1 volgt 23...,Dd7 en eventueel Te8 en wit heeft niets bereikt.

Daarom eerst 23.Td1! De moeilijkste zet van de partij. De zwarte dame moet in haar bewegingsvrijheid worden beperkt.





Na 23.Td1,d4 kan wit echter met 24.Te1 zijn plan wel uitvoeren, omdat de zwarte dame aan de dekking van de toren gebonden is. Binnen een paar zetten is de partij daarna beslist.
Om te zien hoe dat ging: klik de hele partij maar aan!


Nog een tweede voorbeeld om de stijl van Arie te illustreren. Het betreft zijn partij met zwart tegen Rik Weidema, in de bondswedstrijd tegen BSG3.
Eerst even de introductie van Arie zelf:

De maandag ervoor hadden we tegen BSG voor de beker gespeeld en donderdag kwam BSG3 naar ons toe. Maandag had Marco Dieleman met zwart tegen dezelfde tegenstander een mooie overwinning geboekt na de zetten 1.f4,e5 2.e4,Lc5. Toen mijn tegenstander ook tegen mij met 1.f4 opende ging ik er vanuit dat hij er na 1...,e5 weer een koningsgambiet van zou maken, waarna ik één van mijn favoriete varianten zou kunnen spelen!

 Na de beginzetten 1.f4,e5 2.e4 speelde Arie echter 2...,Pc6, waarna volgde 3.Pf3,f5 en de stelling hiernaast is bereikt.
Arie's commentaar:
Dat was mijn idee, een hyperscherpe en enigszins speculatieve variant. Als wit het helemaal correct speelt kan hij er voordeel uit halen, maar ook dan blijft het nog redelijk speelbaar voor zwart. de meeste witspelers kennen deze variant echter niet en gaan al snel in de fout. Na de door wit gespeelde volgende zet krijgt zwart al snel kansrijk spel omdat wit een achterstand in ontwikkeling oploopt.

 



Enkele zetten later is na wit's 9.d3 de volgende stelling ontstaan. Zwart besluit nu tot het pionoffer 9...,d6! Het blijkt nu dat het paard op e5 helemaal niet zo goed staat en wit heeft bovendien een ontwikkelingsachterstand.
De zwarte lopers daarentegen zijn zeer sterk. de partij is in feite al beslist!

Hoe dat ging? Speel de partij maar na!

 

 Dat Arie niet voor niets de bijnaam 'Mister Schwindel' heeft, wordt aardig gedemonstreerd door het volgend fragment.
Het is het slot van zijn partij tegen Walter Tonoli, gespeeld op 18 november 2000 in de competitie om het Belgisch clubkampioenschap.

Arie (zwart) heeft als laatste zet 26...,Dc7-e7 gespeeld. Wit heeft groot (en misschien wel winnend?) voordeel en kan het beste met 27.Te3 voortzetten.
In plaats daarvan speelt hij 27.e5.


Arie ruikt nu zijn kans en speelt 27...,Txf4. Een nogal speculatief offer, gebaseerd op de overweging dat veel spelers niet goed raad weten met een plotselinge verandering van het spelbeeld en dan binnen een paar zetten de fout in gaan!

Er volgde: 28.gxf4,Pxf4 29.Kh1 (beter Kg1 of Kf1),Pxd3 30.Txd3,Dh4 31.Dh2 en daar heb je het al! Na 31.Kg1 of 31.Kg2 heeft wit nog vechtkansen, nu is het na 31...,De4 helemaal uit!