Studiemateriaal (07)                                                                                                     

Frank van Halem
 

Hierbij wil ik jullie weer deelgenoot maken van een les van de heer Marwitz die ik uit mijn archief opdook. Het gaat nu over penningen. Een paar fraaie ontsnappingen zijn er te zien.

Het brengt mij op het thema: kijken, kijken en weer kijken en daarna zetten. We weten het allemaal en we maken ons er allemaal wel eens schuldig aan. Zo liet ik in de eerste ronde de winst glippen omdat ik maar twee keer in plaats van drie keer keek. En Marwitz waarschuwde er nog zo voor!!

Geniet van wat de heer Marwitz te bieden heeft. Hier komt zijn 7e verhaal:

 

EIND GOED, AL GOED ... NR 7.                                              

 

Schaken is een enerverende bezigheid, dat weten we allemaal.

Steeds moeten we bedacht zijn op verrassingen, die onze zo aardig opgezette plannetjes grondig kunnen bederven!

Een mooi voorbeeld daarvan zien we in de eerste stelling.

Het is een “compositie” van A.A. Troitzky uit 1926.

 

 

Zo te zien hoeft zwart zich geen zorgen te maken. Weliswaar is wit aan zet, maar de zwarte b-pion kan eerder een dame halen dan wits c-pion. Na 1. c5-c6 moet zwart niet proberen de witte pion tegen te houden, want na 1….., Le4  2. c7, Lb7 speelt wit 3. Lg2! En deze penning van de zwarte loper is dodelijk. Na 3….., Ka7 (wat anders?) 4. Lxb7, Kxb7  5. Kd7 is het uit: 6. c8D† wint. Maar zwart speelt daarom: 1……, b3-b2  Er volgt dan 2. c6-c7, b2-b1D en 3. c7-c8D† De zwarte koning heeft het natuurlijk wel wat benauwd in zijn hoekje. Na 3….., Ka8-a7 is 4. Dc8/c7 niet zo leuk. Stond die pion op b5 er nu maar niet, dan kon 4….., Db7. Diezelfde pion heeft nog een andere nare eigenschap: hij blokkeert veld b5 voor zijn koning, die daardoor niet naar a6 kan, want 4……, Ka6? 5, Lc8 is MAT! Er zit dus voor zwart niets anders op dan 4……, Ka7-a8. Gelukkig kan nu 5. Lh3-g2 beantwoord worden met 5….,Lh7-e4 en dan lijkt de zwarte hemel opgeklaard….Zou U als zwartspeler ook niet overtuigd zijn de remisehaven te hebben bereikt, minstens? Maar… Wit heeft een daverende verrassing in petto: 6. Dc7-h7!! De zwarte loper staat nu “dubbel”gepend. Dat heeft tot gevolg dat hij veld e4 niet kan verlaten, en dus verloren gaat! Tegen 7. Lg2-e4 en 8. Dh7-b7 MAT is niets meer te verzinnen.

Een schitterend voorbeeld van een zogeheten “kruispenning”! Had U iets dergelijks nooit eerder gezien? Dan is het hoogst onwaarschijnlijk dat U de zet Dh7!! zelf had kunnen vinden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat de kracht van sterke spelers niet in de eerste plaats ligt in het zelf bedenken van fraaie oplossingen voor moeilijke situaties, maar meer in het herkennen van spelproblemen die zij ooit eerder tegenkwamen!


                                          
                                   

                                        

In bijgaande stelling is wit aan zet. De witspeler - een sterke Franse meester – had zijn aanval op de zwarte koningsvleugel zien vastlopen door sterk verdedigen van zijn tegenstander. En niet alleen dat, zwart heeft inmiddels het initiatief overgenomen…! Er dreigt zelfs al La6xe2, wat stukwinst betekent omdat de witte dame niet terug kan nemen wegens Tc7-c2!

Wat is daartegen te doen? Als de witte koning naar f3 of f1 gaat, dwingt een T-schaak hem weer terug naar f2. Maar de witspeler had kennelijk eerder “kruispenning” gezien en dat bracht hem op een lumineus idee:

1. Tg7-g1!! Het venijn van deze zet ontging zwart, want…hij sloeg op e2, “volgens plan”: 1……, La6xe2 Na 2. De3xe2 had zwart één zet NIET moeten spelen: 2……., Tc7-c2? Met 3. Tg1-c1!! won wit door de “kruispenning” minstens een toren en daarmee een vol punt, waarop hij al niet meer had gerekend!

 

(9 februari 1987), J.H. Marwitz.

 

Ik hoop dat u er weer van hebt genoten. Als u tegenstander dit niet heeft gelezen kunt u hem misschien eens op een kruispenning trakteren.

Er is nog veel meer materiaal en ik wil u er graag deelgenoot van maken.

Volgende keer hoop ik een eindspel met lopers  van de heer Marwitz te laten zien. Dan gaat het om een competitiewedstrijd die hij in 1939 (!) speelde tegen HSG Hilversum, een voor ons bekende club.

 

 

 

 

 

 

 

Noot van de webmaster: Ook op onze club komen wel eens fraaie 'kruispenningen' voor! In het vorig seizoen ontstond in de partij Riemersma-Sepers de nevenstaande stelling. Wit is aan zet en hij dacht ongestraft 31.Lxb5 te kunnen spelen (pion c6 is immers gepend). Maar hij werd onaangenaam verrast door 31...,Ld5!, waarna hij de loper toch kwijtraakte en vervolgens kansloos ten onder ging.
Wat beide spelers echter hebben gemist is de penning 32.Lc4!!, waarna wit gewoon een pion voor blijft!