Studiemateriaal (05)

Frank van Halem

 

Zoals de vorige maal al beloofd, krijgt u nu een behoorlijk leeg (en dus overzichtelijk?) bord voorgeschoteld. Behalve beide koningen, één witte pion, een wit paard en een zwart paard staat er niets op het bord.

Laten we eens horen wat de heer (inmiddels als onze schaakvriend?) Marwitz er over te vertellen heeft.

 

Afbeelding met persoon, man, kleding, stropdas

Beschrijving is gegenereerd met zeer hoge betrouwbaarheid (Redacteur: ook Magnus Carlsen moet soms diep nadenken…Maar het loont!)

 

EIND GOED, AL GOED!............NR 5.

 

Het paard is waarschijnlijk het meest inspirerende schaakstuk. Het springt over hindernissen als de schimmel van Sinterklaas over daken, het verandert per zet van veldkleur en duikt overal op waar een wat zorgeloze tegenstander hem niet verwacht. Toch kent het beestje ook zwakke kanten. Welke schaker heeft nooit gehoord: ‘Een paard aan de rand maakt de speler te schand”? Een P op een centrumveld bestrijkt 8 andere velden; een P aan de rand slechts 4!  En een paard in de hoek van het bord nog maar 2….!  Als een paard in een of ander eindspel een vijandelijke pion moet tegenhouden, heeft het dus met een centrumpion minder moeilijkheden dan met een randpion. Immers, in het laatste geval zijn z’n mogelijkheden beperkt! Bekijk nevenstaande stelling eens.

 

Winst voor wit? “Uitgesloten”, zult U zeggen. “De witte koning  is te ver weg, zwarts koning en paard kunnen het samen wel opnemen tegen paard + pion”. En toch…In 1952 demonstreerde Chéron met 1. Pe6-g7†, Pf5xg7  2, h5-h6!!  dat zwart ondanks de kracht en de nabijheid van zijn stukken niet in staat is dat ene witte pionnetje op zijn weg naar h8 tegen te houden: wit haalt een dame en wint!

Zeer verrassend!

U hebt natuurlijk al geconstateerd dat het zwarte paard op g7 zijn eigen koning in de weg staat. Zonder die “blokkade”zou zwart eenvoudig remise hebben kunnen maken. En vooral: had zijn koning maar niet op e8 gestaan, dan had hij Pg7 kunnen beantwoorden met Ph6. Dit laatste brengt ons bij de vraag: kan een paard in zijn eentje een vrije pion van promotie afhouden? Het antwoord op die vraag zal U niet verbazen: Ja! Dat kan een paard, maar….niet als het een randpion is! In dat laatste geval heeft het paard de hulp van zijn koning nodig, die dan dus niet te ver weg moet staan.
 

 

Stel dat een wit paard een zwarte vrijpion op de h-lijn moet tegenhouden. De zwarte koning zal trachten de velden f2 en g3 (van waaruit het paard het promotieveld kan bestrijken) aan het paard te ontnemen.

De tijd die daarvoor nodig is zal de witte koning moeten benutten om in ijltempo naderbij te komen en zijn P de toegang tot die velden (f2 en g3) te verzekeren. Een kwestie van tempo! Daarom zal het witte paard zijn positie zó moeten kiezen, dat de zwarte koning een langere weg moet afleggen. Als de zwarte koning op d4 staat, moet daarom het witte paard op f2 gaan staan. Daarmee verhindert het dan het rechtstreeks naderen van de zwarte koning (zie linker-diagram). Maar als zwart’s koning op d3 is gaan staan, moet wit zijn paard op g3 posteren om hetzelfde effect te bereiken (zie rechter-diagram). Links kan de zwarte koning niet naar d3, e3, e4 en e5 (e3 en e5 i.v.m. schaak met verlies pion); en rechts kan de zwarte koning niet naar d2, e2, e3 en e4). Vergelijkt U de vorm van die “afweerschilden” eens met de paard-sprong. Merkwaardig, nietwaar?!

 

Met deze ‘kennis’ gewapend gaan we eens proberen onderstaande stelling te doorgronden.

 

Het is een eindspel van Nikolai Grigoriev (voor meer informatie, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Nikolai_Grigoriev), die het publiceerde in het Russische tijdschrift “64” in 1932. Remise?!

Afbeelding met man, persoon, stropdas, dragen

Beschrijving is gegenereerd met zeer hoge betrouwbaarheid Nikolai Grigoriev

 

We stellen vast dat het witte paard naar f2 of naar g3 moet. Dat zal afhangen van de positie die de zwarte koning gaat kiezen. Daarom moet wit beide mogelijkheden open houden. Dat kan alleen maar vanuit veld e4! Daarmee is meteen verklaard, waarom 1. Pg6? Fout is: Het paard kan e4 niet meer tijdig bereiken. Dus: 1. Ph8-f7! Zwarts pion moet voorwaarts (anders 2. Pg5): 1……, h4-h3, 2 Pf7-g5! 

Na 2….., h3-h2 komt dan – U zag het natuurlijk al! – de zet 3. Pg5-e4† 

Op 3….., Kc3-d4 volgt dan 4. Pe4-f2! En op 3……., Kc3-d3 4. Pe4-g3! In beide gevallen krijgt de witte koning net voldoende tijd om zijn paard te hulp te komen! Ook na 3…., Kc2 4. Pg3, Kd1 5. Kd6, Ke1 6. Ke5, Kf2  7 Kf4 is wit op tijd: zwart kan het witte paard niet van g3 afhouden. Remise dus!

Iets om te onthouden, die ‘afweerschilden’ met paard-vorkjes op g4 of f1!

 

(12 januari 1987, J.H. Marwitz)

 

Dit was een misschien wel wat lange aflevering, maar ik bedacht dat dit geen punt was. Immers: de vakanties staan voor de deur. Voor je het weet verveel je je en dan heb je, zo maar ineens, Marwitz bij de hand.

Veel plezier met deze aflevering en tot na de vakantie wat dit betreft. Ik stel me voor dat we nog wat verder door gaan op het thema Paard en pion. Tot dan!