Aflevering
2.
De tweede 10 jaren (1946-1956).
Tot 1946
ging de vorige aflevering. Deze nieuwe begint bij oktober 1946. Ons
eerste clubblad kwam toen uit. De toenmalige voorzitter, dhr. M.B.
Koning schreef het volgende:
Ik hoop en vertrouw dat
dit blad, al zal het ook enige financiële offers vragen, toch zal
blijven bestaan, zodat wij als christelijke vereniging naar
binnen, maar ook naar buiten er veel propaganda mee mogen maken en
het alzo een groot succes zal worden. Zegene God dit
werk.
Het gedrukte clubblad is maar
twee keer uitgekomen. Het was te duur.
Drie jaar lang was er
geen clubblad, maar in 1950 was het toch weer raak. Gewone
A4-tjes aan elkaar geniet, maar de geschiedenis werd toch weer
vastgelegd!
En direct een prachtig artikel van dhr. Kollen (ik
denk dat hij toen wedstrijdleider was, want hij schrijft
over een S.G.S.-jaarvergadering):
Daar stond ik dan, vóór
het podium, om het bestuur der S.G.S. te vertellen dat er grote
onbillijkheden en voor onze vereniging te grote financiële lasten
in het bestuursvoorstel zaten.
Mijn zenuwen werden mij de baas
zodat ik er niet veel van terechtbracht, maar het kwam er toch
uit. Doch toen ik vertelde dat mijn vereniging met slechts twintig
leden toch de moed had om met twee tientallen aan de
bondscompetitie deel te nemen, merkte ik direct dat alle
aanwezigen dat voor onmogelijk hielden.
Voor de voorzitter was
dit punt zwak genoeg om mij aan te vallen. De heer Hollander
achtte het zeer onverantwoord om met slechts 20 leden toch met
twee tientallen deel te nemen en meende dat dit ons nog wel eens
meer kon kosten, wanneer wij niet volledig op konden komen ( f
10,00 boete), of ons genoodzaakt zouden zien ons terug te trekken
(ook f 10,00 boete).
Hiermede vond ik het genoeg, stond van
mijn stoel op en viel hem in de rede met: 'Dan kent u de
mentaliteit van Ons Genoegen niet' en met de gedachte 'daar kun je
het mee doen' ging ik zitten.
De voorzitter gaf toe dat het hem
bekend was dat het bij Ons Genoegen 'vechtjassen' waren, maar hij
vond het toch onverantwoord. Laten wij allen laten zien dat het
géén loze kreet was én dat wij alléén maar vechtjassen zijn als
onze vereniging wordt aangevallen.
Was getekend:
Kollen.
Een prachtig verhaal. En er is
een vervolg. Uit de nalatenschap van mijn vader kwam een boek
tevoorschijn met voorin de volgende woorden:
Aangeboden aan Ons
Genoegen door de voorzitter van de S.G.S. als uiting van zijn
bewondering voor de 'Ons Genoegers', die met twintig leden
inschreven in de bondscompetitie met twee tientallen en niet
eenmaal incompleet zijn aangetreden.
Was getekend:
Hollander
Als u nu denkt dat er nooit wat
aan de hand was met 'onze mentaliteit', dan is het artikeltje van
mei 1951 nuttig te lezen (twee maanden later inmiddels). Het is op
dat moment de gewoonte om, als een team moest spelen, er elf mensen
werden uitgenodigd. Het elfde lid kreeg dan een kaartje waarin stond
dat het misschien niet nodig was om te spelen, maar dat de
clubliefde zo groot moest zijn om als reserve op te willen treden.
Welnu, één zo'n reserve had het volgende commentaar:
Amice, Uw briefkaart
ontvangen. Ik dank u voor de mooie woorden, daarin vermeld. Maar
..., ik beschouw mij nog niet als de jongste bediende van de club.
Naast veel clubliefde heb ik ook veel eigenliefde. Dus moet u mij
maar niet kwalijk nemen, dat ik niet als vijfde rad aan de wagen
kom.
Intussen enz.
Na de opmerking van de
wedstrijdleider dat hij hier knap beroerd van is geworden, besluit
hij zijn stukje met:
Laat bij ons de regel
blijven zoals hij is. Zorg er te zijn als je nodig
bent.
En dat is inderdaad onze
lijfspreuk gebleven tot op de dag van vandaag. Schaaktechnisch ging
het toen wat minder. Ons eerste degradeerde uit de tweede klasse
S.G.S. !! (1954)
Dat we sterke spelers hadden bleek wel uit
het feit dat dhr.Vermeulen, na een barrage met dhr.de Vries,
kampioen van Amersfoort werd. Ook stonden er twee spelers van
Ons Genoegen bij de eerste 100 spelers op de officiële
K.N.S.B.-lijst. Te weten dhr. Vermeulen (nr. 96) en dhr. H. Juffer
(nr. 99).
Met de club ging het ook goed. In 1954 komen we met
drie tientallen(!!) uit in de S.G.S.competitie. Ons eerste speelde
in de derde klasse S.G.S. en het tweede en derde in de vierde
klasse. In 1956 werd het derde opgeheven. Maar pas in het
seizoen 1959-1960 werd het eerste kampioen en won het de beide
promotiewedstrijden. Met 9-1 van Loosdrecht 1 en met 6-4 van' t
Sticht en we zaten in de 2e klasse S.G.S.